Het logo van de Hartstichting bleef, evenals coach Mike Daski. Er verschenen echter wederom acht nieuwe gezichten in Glanerbrook, zoals de nieuwe thuishaven nu heette. Geleen trof in de bekerstrijd op zeven ploegen, waarbij Eindhoven vervangen was door Den Bosch. Ook nu draaide Geleen bovenin mee en eindigde na 28 wedstrijden wederom op de vierde plaats, met evenveel punten als de ploeg vóór zich. Met dezelfde competitie-opzet als vorig seizoen speelde men 10 wedstrijden om de eindstand voor de play-offs. Hierin eindigde Smoke Eaters als tweede achter Rotterdam. Geleen werd daardoor gekoppeld aan nummer drie Nijmegen. In de Keizerstad werd met 7-9 en thuis met 8-6 gewonnen. In de finale wachtte Rotterdam, dat in de andere halve finale in drie wedstrijden had afgerekend met Tilburg. De best-of-five eindreeks tegen de Turbana’s werd één van de meest memorabele maar ook één van de meest frustrerende voor Smoke Eaters. In Rotterdam werd namelijk pas in de verlenging verloren nadat een 1-4 en 2-5 voorsprong uit handen was gegeven. Aan de Kummenaedestraat was het Geleen dat de extra tijd nodig had om te winnen (5-4). In de Havenstad was het verschil wederom minimaal (4-3), waarna Geleen in de volgende thuiswedstrijd ijshockeyles gaf aan de Rotterdammers: 4-0. In het beslissende treffen in Rotterdam ging de thuisploeg professioneler om met de omstandigheden en profiteerde handig van de niet altijd even gelukkige scheidsrechterlijke beslissingen (5-3). Hevig teleurgesteld hervatten de in acht bussen afgereisde Eaters-fans de lange terugreis naar Geleen, waar ze hun helden dankbaar opwachtten alsof ze kampioen waren geworden.