1977/1978; zonder Anton maar met Vosatko.

De competitieopzet werd aangepast ten opzichte van het vorige seizoen: naast de titelstrijd speelde men ook om de Coupe der Lage Landen. Samen goed voor 36 wedstrijden. Om de Coupe nam Geleen het op tegen Den Haag, Rotterdam, Eindhoven, Assen, Den Bosch, Utrecht, Leiden, Heist op den Berg, Brussel, Deurne en Herentals. Smoke Eaters – met de teruggekeerde Vosatko – wist zeven keer te winnen maar kende bijna het dubbele aantal verliespartijen. Door twee gelijke spelen eindigde de ploeg op de achtste plaats, waarbij het 29 doelpunten meer tegen kreeg dan het zelf wist te scoren. Eigenlijk was dit goed voor een negende plaats ware het niet dat Heist maar liefst 33 punten in mindering kreeg gebracht. Leiden (met Jiri Anton) werd overigens eerste. In de strijd om het landskampioenschap namen de acht Nederlandse ploegen uit de CLL het nogmaals tegen elkaar op. Bovenin was het spannend. Waar Den Bosch de Coupe op 1 punt mis hadden gelopen, werden de Brabanders nu eerste met 1 punt voorsprong op Leiden. Geleen speelde ook hier een ondergeschikte rol en eindigde op een vierde plaats met 6 overwinningen, 8 nederlagen en een doelsaldo van +7.


1976/1977; net geen prijs.

De Divisie Zuid van de Tweede Divisie werd uitgebreid met het Duitse Grefrath en het Belgische Herentals, terwijl Brussel afhaakte. Het had er alle schijn van dat de ingeslagen weg van de SIJZL naar herstel ging leiden, want Smoke Eaters ging daadwerkelijk meedoen om de prijzen. De ploeg eindigde na veertien overwinningen, vier nederlagen en evenveel gelijke spelen met Heist op den Berg op de gedeelde eerste plaats. Voor het Nederlands Kampioenschap betekende dat plaatsing voor de play-offs tegen de eerste Nederlandse ploeg uit Divisie Noord: Den Bosch. In de best-of-twoserie boekte Geleen in de thuiswedstrijd een mooie 6-2 zege. Vol vertrouwen reisde men een week later af naar de oude, steenkoude ijshal naast het spoor in de Brabantse hoofdstad. Daar zorgden de Red Eagles voor een domper door Smoke Eaters met 12-6 te verslaan en zo liep Geleen op één doelpunt verschil de titel in de Tweede Divisie mis.


1975/1976; terug naar ‘af’.

Het Geleense ijshockey was niet op sterven na dood, maar eigenlijk gewoon dood en begraven. Leden van het Jeugdbestuur staken de koppen bij elkaar en samen met jeugdleiders en -trainers besloten zij voor de enige logische oplossing: een vrijwillige degradatie naar de Tweede Divisie, waar het avontuur in 1968 was begonnen. Daartoe werd een nieuwe stichting opgericht – de Stichting IJshockey Zuid-Limburg en met minimale middelen bleef het doel voor de jeugdleden om ooit in het eerste te kunnen spelen, een reële mogelijkheid. Smaakmaker Mirek Vosatko vertrok naar Duitsland en onder leiding van Jiri Anton werd met uitsluitend spelers uit de eigen opleiding een nieuw begin gemaakt. In de Divisie Zuid van de Tweede Divisie trof Eaters in een dubbele thuis/uit-competitie Tilburg 2 en Eindhoven, alsmede op de Belgische clubs uit Heist op den Berg, Deurne (Antwerpen) en Brussel. De ploeg kwam goed uit de startblokken met drie overwinningen op rij. Daarna volgden echter evenveel nederlagen. Uiteindelijk wist men 12 van de 20 wedstrijden te winnen, was er zeven keer verlies en werd er één keer gelijkgespeeld. Goed voor een tweede plaats achter Eindhoven. Geleen had meer doelpunten gescoord dan Kemphanen maar had ook twee keer zoveel tegendoelpunten moeten incasseren als de kampioen.


1974/1975: het einde van een tijdperk ondanks of dankzij hoofdsponsor?

 

De Cup International verdween uit het seizoensbeeld. Luik en Brussel deden mee om de Coupe Nationale Nederlanden en er verschenen nieuwe teams in de vorm van Utrecht, Groningen en Amsterdam, waardoor het totaal op 12 kwam omdat ook Den Bosch weer meedeed. Geleen eindigde met 18 punten uit 22 wedstrijden 6 plaatsen achter winnaar Tilburg. Om het kampioenschap speelden slechts 6 teams: Amsterdam, Nijmegen, Den Haag, Heerenveen, Tilburg en Geleen. De Limburgse ploeg werd uiteindelijk vierde met Tilburg weer als eerste. Het seizoen 74/75 werd het eerste zonder de overleden Jean Savelkoul, waardoor een sterke bestuurder ontbrak. De financiële perikelen die de club al jaren teisterden (er was inmiddels een totale schuld van 90.000 gulden ontstaan) dwongen het bestuur vooraf een gang naar de Tweede Divisie te overwegen. Plots kwam er echter steun van een vader wiens kinderen bij de jeugd van Smoke Eaters speelden: Joseph Gibbels, eigenaar van Reinal Machinefabriek BV uit Maastricht. De club had eindelijk waar de overleden preses jarenlang om gesmeekt had: een heuse hoofdsponsor. Het seizoen en daarmee de club leek door deze injectie gered maar achter de schermen ontvouwde zich een tumultueus schouwspel aan de Kummenaedestraat. Reorganisaties, bestuurs- en coachwisselingen, een nieuwe trainer in de loop van het seizoen die even later weer even gemakkelijk ontslagen werd; het waren de voortekenen voor wat komen ging. Met een negatief saldo van 150.000 gulden aan het einde van het seizoen was een faillissement onafwendbaar en leek het ijshockey verloren voor de Waerelsjtad. En met het overlijden van verzorger Sjo Callemeijn raakte Smoke Eaters tenslotte nòg een club-icoon kwijt.


1973/1974: het laatste jaar van Jean Savelkoul

Den Bosch verdween uit de hoogste nationale beker- en kampioenschapscompetitie, die verder dezelfde deelnemende ploegen kenden als het vorig seizoen. Om de Cup International streden slechts vijf ploegen en verdiende de naam nauwelijks met Luik als enige niet-Nederlandse ploeg naast Den Haag, Tilburg, Rotterdam en Geleen. Door blessures, zo goed als geen voorbereiding en andere tegen zittende omstandigheden, was de seizoenstart regelrecht dramatisch. In Den Haag werd de grootste nederlaag uit de clubhistorie geleden: 23-2. Dat noopte het clubbestuur tot het uitdelen van een flyer voorafgaande aan het eerste thuisduel, waarin om begrip werd gevraagd bij de supporters, die de voorgaande jaren al vaker hun emoties niet altijd onder stoelen of banken hadden gestoken. Vóór het beginsignaal van deze thuiswedstrijd was er echter nog een huldiging: The Smoke Eaters hadden het afgelopen seizoen zowaar iets gewonnen: de Fair Play Cup – volgens vele spelers en coaches een prijs die je niet wilt winnen. Hèt bewijs voor de toen ontbrekende felheid en hardheid? Geleen startte met vijfnederlagen op rij; de maand oktober 1973 bleek geen gunstige. En het bericht dat de voorzitter ziek was, hielp ook niet echt. Geleen eindigde in de bekerstrijd op de zesde plaats met 5 overwinningen uit 14 duels en ook nu was Tilburg weer de sterkste. The Smoke Eaters gingen gaandeweg het seizoen steeds beter spelen en dat leiddetoteen verdienstelijke derde plaats in de strijd om de landstitel (later zelfs omgezet naar een tweede plaats achter Tilburg omdat Den Haag een onreglementaire speler zou hebben opgesteld). Het beste werd tot het einde bewaard, want uit de NIJB-gegevens blijkt dat de ploeg zowaar de Cup International op haar naam schreef. Deze positieve noot zal de ernstig zieke Eaters-initiator, -motivator en -inspirator Jean Savelkoul goed hebben gedaan. Op 5 april 1974, nog geen drie weken na de laatste competitiewedstrijd, overleed hij op slechts 52-jarige leeftijd.


1972/1973; het slechtste seizoen tot nu toe

In het Limburgs Dagblad van eind januari 1973 stond te lezen waarom vooraf eigenlijk al duidelijk zou moeten zijn geweest dat dit een mislukt seizoen zou worden. De samengestelde ploeg bleek niet compleet nadat tweeCanadese Afcenters bij lange na niet aan de verwachtingen voldeden en de Poolse verdediger Sitko toch geen uitreisvisum kreeg. Het lukte niet om tijdige en goede vervangers te krijgen en de Geleense ijsvloer liet zo lang op zich wachten dat de spelers geen tijd hadden om op elkaar ingespeeld te raken. Blessureleed kondigde al snel een slepend keepersprobleem aan waardoor uiteindelijk de 16-jarige Franc Michielsen het doel moest verdedigen. De matheid binnen het Eaters-spel werd geweten aan onervaren begeleiding, met Vaclav Sochor als debuterende trainer en bestuurslid en manager Jan van Gurp als coach… In plaats van de Coupe Brabant, was er dit seizoen een nieuwe bekercompetitie, de Coupe Nationale Nederlanden. Geleen kwam daarin uit met Den Bosch, Nijmegen, Heerenveen, Tilburg, Den Haag, Rotterdam, Luik en Brussel. The Smoke Eaters wonnen 6 van de 16 wedstrijden, verloren er 7 en speelden drie keer gelijk. Het liet vier ploegen achter zich maar moest er dus ook 4 vóór zich dulden, waarbij Tilburg de beker won. In de nationale competitie deed Geleen het een stuk minder; zonder de Belgische ploegen bleven er zes tegenstanders over en wist men alleen Heerenveen vóór te blijven in de eindrangschikking. Er werd slechts drie keer gewonnen en ook hier eindigden de Trappers op de eerste plaats. De Brabanders onderstreepten hun topvorm door ook de Cup International te winnen en daarmee de triplete completeren. Geleen eindigde in de middenmoot met 19 punten uit 18 wedstrijden, na 9 winstpartijen en 1 gelijkspel. De club moest naast Tilburg ook Den Haag, Rotterdam, Luik en Brussel voor laten gaan. Zweibrücken, Grenoble, Nijmegen en Parijs waren de ploegen die het nakijken hadden. De tegenvallende prestaties resulteerden in een terugloop van de toeschouwersaantallen (per thuiswedstrijd gemiddeld 400 minder dan het vorige seizoen), wat zorgde voor het missen van ingecalculeerde inkomsten. Voorzitter Savelkoul uitte een cri-de-coeurin de media vanwege het tekort van € 60.000. Zijn waarschuwing: zonder substantiële financiële injectie stond het voortbestaan van het Geleense ijshockey op het spel.


1971/1972; Eaters wint eerste prijs, maar verliest Sochor

Geleen speelde dit seizoen een ware marathon. De Eerste Divisie was danig uitgebreid; naast Nederlandse clubs (Utrecht, Den Bosch, Heerenveen, Nijmegen, Den Haag en Tilburg) stuitte men ook op Belgische tegenstanders (Luik, Brussel en Antwerpen). Om de Cup International streden zelfs 11 clubs: Den Haag, Den Bosch, Tilburg, Geleen, Luik, Krefeld, Baden-Baden, Zweibrücken (gefuseerd met Lahr), Grenoble en maar liefst twee ploegen uit Parijs. Daar stond tegenover dat de strijd om de Coupe Brabant tussen slechts drie ploegen ging: Geleen, Den Bosch en Tilburg. Uiteindelijk goed voor 42 wedstrijden. The Smoke Eaters kenden een sterk seizoen, eindigden op de 3e plaats in de Cup International (achter Den Haag en Tilburg), werden 2e in de strijd om de landstitel achter Tilburg en wonnen de Coupe Brabant. Volgens sommigen misschien een doekje voor het bloeden na het ‘ontnomen’ kampioenschap van het jaar ervoor, maar oud-speler Bob Lewis denkt nog steeds graag terug aan deze eerste prijs voor de jonge club uit de Waereldsjtad. Wat de meesten zich echter het beste herinneren van dit seizoen, is het einde van de loopbaan van de immens populaire goalie Vaclav Sochor. Hij liep tijdens de wedstrijd van vrijdag 14 januari 1972 tegen Den Haag een gebroken neus en een ernstige oogblessure op. Volgens sommige verhalen werd hij hard geraakt door een puck, andere spreken van een stick die hem bij een scrimmage voor het doel in het gezicht trof en een oog raakte. Na bezoeken aan ziekenhuizen in Den Haag en Sittard, deed professor Van Den Heuvel er in de Radboud-kliniek van Nijmegen alles aan om te redden wat er te redden viel. Het linkeroog ging weliswaar niet verloren maar met een zicht tot slechts 10% was zijn carrière als ijshockeygoalie voorbij.


1970/1971; wel kampioen maar geen titel, of andersom…

De eigen financiële noodkreet weerhield het clubbestuur er niet van het budget op te schroeven. Was het afgelopen seizoen de begroting van enkele tienduizenden guldens van het eerste jaar al fors verhoogd naar fl.120.000, nu deed men er met een extra fl. 47.500 nog een serieuze schep bovenop in de drang naar een hoofdprijs. Met name de komst van speler/trainer/coach Richard Blanche zou dit succes vorm moeten gaan geven. Hij was twee jaar captain van winnaar Denver in de prestigieuze Noord-Amerikaanse NCAA college-competitie en ‘de beste speler die in West Europa zou gaan spelen’ volgens tv-commentator en ijshockeykenner Frans Henrichs. Hij was het die Blanche in contact had gebracht met Geleen. The Smoke Eaters speelden niet alleen in de nationale competitie en in de Cup International(CL) maar ook om de Coupe Brabant. Ze kruisten de sticks met Rotterdam, Tilburg, Den Haag en Den Bosch. Om de CI kwamen Baden-Baden, Lahr en Grenoble voor Rotterdam in de plaats. De strijd om de Coupe Brabant ging tussen Tilburg, Den Bosch, Geleen en Den Haag. Den Bosch won deze competitie vóór Tilburg en Geleen, terwijl Tilburg de Cup International op zijn naam schreef vóór Geleen. De strijd om de landstitel werd een nek-aan-nekrace tussen Eaters en Trappers. De Brabanders wisten dat hun het kampioenschap niet kon ontgaan. In Geleen was niet iedereen zich ervan bewust dat ze eigenlijk buiten mededinging meespeelden. Het doemscenario kwam uit. Na een knappe 3-5 uitwinst in de Pellikaanhal, werd het aan de Kummenaedestraat voor 4.000 (!) toeschouwers 3-4. Hierdoor eindigden beide ploegen op 14 punten uit 8 wedstrijden met een beter doelgemiddelde voor de Eaters: +61 tegen Tilburg +42. Geleen eindigde daardoor feitelijk op de eerste plaats maar de titel ging toch naar Trappers. Waren het verouderde statuten of wist Jean Savelkoul wel beter?


1969/1970; twee ijshockeyculturen treffen elkaar

Nadat de Praagse Lente in de nacht van 20 op 21 augustus 1968 met veel geweld was neergesabeld, hadden talloze Tsjechen – in eerste instantie kunstenaars, musici en sporters – hun heil in het Westen gezocht. Ze ontvluchtten hun vaderland om politiek asiel en een beter leven te zoeken in het buitenland. Zo verschenen in het najaar van 1969 de ijshockeyers Mirek Vosatko (schuilnaam Jerry Vos), Jiri Bolehovsky (schuilnaam George Boley), Jiri Anton (schuilnaam Victor Golem), Vladi Patucek en later Vaclav Sochor, ten tonele in Geleen, waar ze met open armen werden ontvangen. Zij voegden technische souplesse toe aan de fysieke hardheid van de Canadezen en maakten daarmee van The Smoke Eaters een team om rekening mee te houden in de Eerste Divisie. Zeker met de toevoeging van de eerste full-profs: de Canadezen René Labonté en Jerry Aucoin, die beiden van Luik kwamen. De ploeg speelde niet alleen in de vaderlandse competitie tegen Den Bosch, Tilburg en Den Haag, maar moest ook om de Cup International(CL) aan de bak tegen deze teams en de Duitse ploegen Baden-Baden en Lahr, alsmede de Franse teams uit Chamonix en Grenoble. Geleen eindigde in beide competities op de derde plaats. In de titelstrijd werden maar liefst 5 van de 6 wedstrijden verloren. Alleen van Den Haag werd 1x gewonnen (5-4). Den Bosch werd kampioen, gevolgd door Tilburg. In de CI was de eindstand net andersom. Geleen verloor hier 6 van de 14 wedstrijden. De uitstapjes naar Duitsland en Frankrijk spreken tot de dag van vandaag nog tot de verbeelding bij spelers, bestuurders en supporters. Maar er waren ook zorgen: goalie Sochor miste vanwege een gespleten elleboog de tweede helft van het seizoen en voorzitter Savelkoul trok na 15 maanden The Smoke Eaters aan de bel: de populaire topsport bleek ondanks een respectabel gemiddeld toeschouwersaantal van 1800 per thuiswedstrijd eigenlijk toch 30.000 gulden (een kleine € 14.000) te duur…


1968/1969; is alle begin echt moeilijk?

Als voorbereiding op het allereerste seizoen speelde de ploeg twee oefenduels tegen Luik, die al meteen bol stonden van controverse en animositeit. De opmaat voor een rivaliteit die tot op de dag van vandaag nog voortduurt. Gedurende het seizoen werd er ook nog vriendschappelijk gespeeld tegen onder andere Dortmund en Düsseldorf 2. De nieuwe club uit Geleen deed niet mee op het hoogste plan van de Nederlandse ijshockeycompetitie. De ploeg, die in eerste instantie uit louter Canadese Afcenters bestond, kwam als gastploeg uit in de Tweede Divisie en speelde thuis en uit tegen Amsterdam, Antwerpen, Delft, Den Haag 2, Heerenveen, Rotterdam en Tilburg 2. The Smoke Eaters leden in deze 14 wedstrijden slechts 5 verliespunten: 1-5 in hun eerste thuiswedstrijd tegen Amsterdam – met Mike Marquis als maker van het allereerste Eaters-doelpunt in de historie op aangeven van de latere topscorer van het team Gary Purcha – 6-2 verlies in Antwerpen en een 2-2 gelijkspel thuis tegen Den Haag 2. Op 22 december maakte de eerste niet-Canadees zijn opwachting in de selectie: de 20-jarige Geleense student Roy Joosten. Geleen eindigde samen met Den Haag 2 en Amsterdam met 23 punten op de eerste plaats. Omdat Den Haag al een ploeg in de Eerste Divisie had, was promotie voor hen uitgesloten. Het oorspronkelijke plan om de top 3 te laten spelen voor het kampioenschap, ging uiteindelijk niet door. De NIJB besloot om Geleen en Amsterdam toe te laten tot de hoogste divisie. De Amsterdammers bedankten voor de eer.