1987/1988; vier tegentreffers in 90 slotseconden tijdens powerplay.

Smoke Eaters verscheen met het logo van de Nederlandse Hartstichting op de borst en werkte, doordat de verbouwing van de ijshal nog niet klaar was, de eerste thuiswedstrijden af in Aken. Er stond ook een nieuwe trainer/coach voor de groep: de door de wol geverfde Canadees Mike Daski. Maar liefst acht nieuwe gezichten verschenen in Geleense shirts en met een gemiddelde spelersleeftijd van 22,5 jaar stond alles in het teken van opbouw. In de bekercompetitie bleek dat vijf teams (Heerenveen, Nijmegen, Rotterdam, Geleen en Tilburg – tevens de eindstand) van de acht (Amsterdam, Eindhoven en Assen completeerden het achttal) bijzonder aan elkaar gewaagd waren. Geleen eindigde na 28 wedstrijden op een vierde plek, 4 punten achter de bekerwinnaar en 2 punten achter de nummer twee, maar met evenveel punten als de rest van de Top 5. De eerste zes ploegen plaatsten zich voor de play-offs die uit 10 wedstrijden bestond en ook daarin lagen de bovenste vijf dicht bij elkaar. Geleen eindigde na 5 overwinningen, 4 nederlagen en één gelijkspel als derde en werd daardoor gekoppeld aan Heerenveen in de halve finale om het kampioenschap. Nijmegen trof Tilburg in de andere best-of-five-serie. Smoke Eaters verloor de eerste (uit)wedstrijd nipt (3-2) en versloeg de Flyers in eigen huis ook met een minimale marge (4-3). In het Friese Haagje was de nederlaag duidelijk: 6-1, dus moest het vierde duel in Geleen gewonnen worden. Het werd een gedenkwaardig treffen waarin de Friezen op Houdini-achtige wijze in overtime hun seizoen wisten te verlengen om vervolgens in de finale te verliezen van Nijmegen.


1986/1987; tweede en tweede met donkere wolken.

Phil Patterson en Kevin Mutch waren de volgende huurlingen die de titelaspiraties van Smoke Eaters duidelijk maakten. Er was echter nog een club die zich dat tot doel had gesteld en waar met heel veel geld een sterrenteam bij elkaar was gekocht: Rotterdam. Met het symbool van het Wereldnatuurfonds op de borst, bewezen de Panda’s onder andere   in beide rechtstreekse bekerduels dat het wel degelijk mogelijk was een kampioenschap te kopen. Smoke Eaters bleef moeite hebben om uit even sterk te spelen als thuis en eindigde daardoor op een tweede plaats. Amsterdam, Tilburg, Groningen, Nijmegen, Heerenveen en Eindhoven volgden. De top 6 speelde het restant van het seizoen om de landstitel en ook hier waren Rotterdam en Geleen de sterkste teams. Wederom was er een aantal verrassende verliespartijen en onnodig puntverlies maar bewees Smoke Eaters ook dat Rotterdam niet onverslaanbaar was door de gedoodverfde favoriet in de een-na-laatste thuiswedstrijd met 6-5 te kloppen. De eindstand koppelde Geleen aan Amsterdam in de halve finale van de  play-offs. Thuis werd met 5-2 gewonnen maar uit bleken de Eaters niet sterk genoeg (8-7, OT) waardoor een beslissende derde wedstrijd nodig was die bij een 5-1 stand in de 46e minuut gestaakt werd. Rotterdam, dat in de andere halve finale aan twee wedstrijden genoeg had gehad om Groningen uit te schakelen, werd de verwachte tegenstander in de finale. Na een afstraffing in de uitwedstrijd (8-0, waarna de terugreis naar Geleen vertraging opliep omdat er in de spelersbus was ingebroken en het paspoort van coach Peternousek gestolen was) werd ook in Geleen verloren (2-4). Achteraf bleek dat het niet veel gescheeld had of de Rotterdamse ploeg was vóór de play-offs uit elkaar gevallen omdat het tussen de sterspelers onderling niet boterde. Met dank aan gesprekken ergens op de hei met haptonoom Ted Troost (die daardoor ook bij het nationale team werd gehaald) was het toch nog goed gekomen. Bij Geleen kende men andere problemen; het zoveelste faillissement was afgewend en er waren de nodige perikelen rondom de verbouwing van de ijshal.

 


1985/1986; serieuze gooi naar titel met steeds minder Geleense spelers.

De versterking van de ploeg werd uitgebreid. Een uniek banenplan bracht onder andere  topspelers uit Nijmegen (Rob van Steen en Bill Wensink) en Heerenveen (Peter Bol) naar de Kummenaedestraat. Met de komst van Peter-Paul van Rooy en John Paans won de Geleense defensie danig aan kracht. Maar het betekende ook dat er steeds minder Geleense jongens in het team te zien waren. Het seizoen begon met de Beker van Nederland waar negen ploegen om streden: Den Bosch, Heerenveen, Den Haag, Tilburg, Groningen, Nijmegen, Eindhoven en Geleen. Smoke Eaters speelde een dijk van een bekercompetitie, won 10 van de 16 duels, verloor er 3 en speelde 3x gelijk. Goed voor een knappe tweede plaats, één puntje achter bekerwinnaar Eindhoven. Eaters-fans waren het er over eens: hun ploeg ging voor het eerst sinds lange tijd weer meespelen om de prijzen. En dat had zeker gekund, ware het niet dat de ploeg naast sterke thuiswedstrijden opvallend zwakke prestaties in uitwedstrijden liet zien. Mede daardoor eindigde Geleen op de derde plaats achter Tilburg dat Groningen (met onder andere Leo Koopmans, Joep Franke en Wayne van Dorp) voor moest laten gaan. De top 5 plaatste zich voor de play-offs. Daarin deed Smoke Eaters een serieuze gooi naar de titel. Het verloor echter één keer teveel en werd daardoor ‘slechts’ tweede achter Groningen, ondanks een knappe 7-8 uitoverwinning in het voorlaatste duel tegen de latere landskampioen – overigens het enige verlies in de play-offs voor GIJS.


1984/1985; shirtsponsor aan het begin van driejarenplan.

Als coach werd de voormalige Tilburgse topspeler George Peternousek binnengehaald met Henri Frenken als zijn assistent. Voor het eerst in de clubhistorie was er een heuse shirtsponsor waardoor de ploeg niet meer onder de naam Smoke Eaters werd aangekondigd maar als Data Union Geleen aan de beker- en kampioenschapscompetitie deelnam. Op papier was dit het sterkste team sinds jaren en de verwachtingen waren bij het begin van het seizoen dan ook hooggespannen. Het duurde echter acht duels voordat Geleen als winnend team het ijs verliet (7-14 in en tegen Utrecht) en de eerste punten kon bijschrijven in de strijd om de Beker van Nederland. Daaraan deden nog acht ploegen mee: Den Haag, Eindhoven, Den Bosch, Tilburg, Nijmegen, Groningen, Heerenveen en Amsterdam. Dat was ook de eindstand van plaats 8 naar 1. Utrecht was de zwakste ploeg tijdens deze 18 wedstrijden en Geleen won ook de return in Geleen (20-2). De twee andere overwinningen in de bekerstrijd waren uit in Den Haag (6-8) en thuis tegen Tilburg (6-4). Kijkend naar de Geleense doelpuntenproductie had Data Union drie plaatsen hoger moeten eindigen. Maar de ploeg incasseerde teveel tegentreffers om een rol van betekenis te spelen. Net als enkele seizoenen terug werden de resultaten van de bekerduels meegenomen naar de strijd om de landstitel. Geleen kon in deze tweede serie van 18 wedstrijden het tij niet keren. Er werden weliswaar zeven overwinningen geboekt maar de verdediging bleef de zwakke plek van de Limburgers, waardoor de ploeg op de negende plek bleef.  Amsterdam schreef de titel op zijn naam.


1983/1984; play-offs gehaald.

Van Valkenburg kwamen Andy Tenbult en Jamie Conroy de Geleense gelederen versterken. Vanaf dat jaar werd structureel ingezet op teamversterking en de twee leverden een welkome bijdrage daaraan. De ploeg werd gecoacht door oud-speler Henri Frenken (die ook nog speelde) en kwam uit in de Coupe der Lage Landen samen met Den Bosch, Eindhoven, Groningen, Amsterdam, Tilburg, Nijmegen en Heerenveen (dat uiteindelijk de Coupe won). Smoke Eaters speelde 28 CLL-wedstrijden, won er 7, verloor er 17 en speelde 4x gelijk. Met een doelsaldo van -77 (127-204) eindigde de ploeg op de zesde plaats. Volgens de competitie-opzet van dat seizoen plaatste Geleen zich daarmee als laatste ploeg voor de strijd om de play-offs. Het opvallende is dat de eindstand om de CLL exact intact bleef na 10 competitiewedstrijden zonder dat de CLL-resultaten werden meegenomen. Smoke Eaters noteerde 1 winst- en 9 verliesduels, incasseerde 87 treffers en wist zelf 38 maal het doel te vinden. Zo werd de nummer 6 in de play-offs gekoppeld aan nummer 1: Heerenveen. Duidelijk een kansloze missie: na een 15-5 uitslag in de Friese hoofdstad werd het een dag later in Geleen 2-11.


1982/1983; stijf onderaan.

Smoke Eaters keerde tegen alle verwachtingen in terug in de Eerste Divisie, waar men in de bekercompetitie (de Coupe Nationale Nederlanden) uitkwam tegen Amsterdam, Den Bosch, Den Haag, Tilburg, Eindhoven, Heerenveen en Nijmegen. Na zes verliespartijen op rij was er het eerste puntje (2-2 thuis tegen Den Haag). Daarna werd er weer vier keer verloren alvorens de eerste overwinning geboekt werd (6-4 thuis tegen Amsterdam). Uiteindelijk volgden er nog twee winstpartijen en een gelijkspel. In totaal gingen 23 van de 28 duels verloren, en kwam men op een doelsaldo van -126 uit (99-225). Het betekende een afgetekende laatste plaats voor de Limburgers. Geleen speelde daardoor met Eindhoven, Den Bosch en Amsterdam promotie/degradatie met de eerste twee ploegen uit de Tweede Divisie (Assen en Utrecht). Smoke Eaters wist van deze 10 wedstrijden er evenveel te winnen als te verliezen met een +32 doelsaldo (80-48). Dat betekende een derde plaats in deze nacompetitie.


1981/1982; Anton en Vosatko herenigd.

Na twee rampjaren moest het nu echt anders en de club kwam voor de derde keer in haar bestaan uit in de Tweede Divisie. Ook daar was er een competitie om de Coupe der Lage Landen, waar zeven ploegen om streden: Utrecht, Valkenburg (!), Geleen, Brussel (dat de Coupe uiteindelijk won), Heist op den Berg, Herentals en Luik. Geleen begon het seizoen met iets waar de fans al meer dan anderhalf jaar lang op hadden moeten wachten: een overwinning! In de resterende elf duels werd nog drie keer gewonnen maar ook vijf keer verloren. Na drie gelijke spelen leverde dat uiteindelijk elf punten, een negatief doelsaldo (51-61) en een derde plaats op. Ook in de Tweede Divisie werden de CLL-resultaten meegenomen in de titelstrijd en mede daardoor eindigde Brussel weer op de eerste plaats en bleef Geleen op de derde. In de tweede serie van twaalf wedstrijden boekten de Smoke Eaters zeven overwinningen, was er vier keer verlies en speelde men één keer gelijk. Het doelsaldo werd uiteindelijk positief (119-111 na 24 duels). Geleen was achter Valkenburg geëindigd en deze twee ploegen speelden met de laatste vier uit de Eerste Divisie (Den Haag, Leeuwarden, Den Bosch en Eindhoven) om promotie/degradatie. De vijf bonuswedstrijden leverden één puntje op (6-6 tegen Valkenburg) en een doelsaldo van -44. Jiri Anton en Mirek Vosatko hadden vroeger betere resultaten samen gekend.


1980/1981; tweede desastreuze jaar op hoogste plan.

Wie dacht dat Geleen lering zou trekken uit de pijnlijke terugkeer op het hoogste Nederlandse ijshockeyplan, zag tot zijn verbazing dat men niet besloot om een divisie lager uit te komen. De hoop van alles en iedereen die Smoke Eaters een warm hart toedroeg – namelijk dat het dit seizoen anders zou gaan – bleek een ijdele. Er kon nu weliswaar wel worden ingeschreven voor de CLL-competitie, maar sportieve vreugde leverde dit niet op. Geleen nam het op tegen Amsterdam, Heerenveen, Tilburg, Nijmegen, Groningen, Den Bosch, Assen en Utrecht. De statistieken spreken voor zich: zestien duels, vijftien nederlagen en één schamel gelijkspel tegen Den Bosch: 7-7. 43 Doelpunten vóór en een recordaantal van 205 treffers tegen. Aan het brein van de NIJB was de opzet ontsproten om de wedstrijden van de Coupe (die Amsterdam overigens won) ook mee te nemen in de strijd om het landskampioenschap. Dat zorgde er uiteindelijk voor dat de Geleense ijshockeyers en hun fans, bestuur, vrijwilligers en sympathisanten helemaal murw werden geslagen. In de resterende zestien competitieduels verloor Smoke Eaters evenveel keer. Er werden tien doelpunten minder gescoord dan in de eerste zestien wedstrijden en tien tegentreffers meer toegestaan. Het meest trieste seizoen in de geschiedenis van Limburgs ijshockeytrots (met als dieptepunt het 29-0 verlies in Amsterdam op 9 januari 1981) kon niet snel genoeg eindigen. Maar de gifbeker moest helemaal leeg in de nacompetitie. Terwijl Heerenveen de titel won in de play-offs, speelde Geleen nog tweemaal drie wedstrijden tegen Utrecht, Den Bosch en Groningen. Dat leverde één puntje op (4-4 tegen Utrecht), 26 zelf gescoorde goals en 76 tegentreffers.


1979/1980; toch terug in de Eerste Divisie

De rentree op het hoogste plan ging gepaard met de fenomenen teammanager (Wim Zonnenberg) en imports (Darryl Ulrich en Serge Dubois). Smoke Eaters zag zich gedwongen om af te zien van deelname aan de Coupe der Lage Landen omdat er geen of pas heel laat ijs te huur was in Geleen. De club liep daardoor (thuis)wedstrijden en dus inkomsten mis en de – gebrekkige – seizoensvoorbereiding vond plaats op het eeuwige ijs in Den Bosch. Er speelden tien clubs in de Eerste Divisie: Nijmegen, Den Haag, Den Bosch, Utrecht, Tilburg, Groningen, Amsterdam, Heerenveen, Heist op den Berg en Geleen. Promotie bleek een ontnuchtering; na zeventien (!) nederlagen op rij, volgde er in de allerlaatste wedstrijd op 13 januari 1980 de enige overwinning van het seizoen: 7-3 thuis tegen Utrecht. Smoke Eaters eindigde triest onderaan, waarbij het 60 keer had weten te scoren en daarnaast maar liefst 186 tegentreffers had moeten incasseren. Nieuw dit seizoen was de play-off/nacompetitie. Waar de eerste vier ploegen play-offs speelden om het landskampioenschap (uiteindelijk gewonnen door Heerenveen) speelden de onderste zes teams een nacompetitie en daar werden de Eaters-fans ook niet vrolijk van. Hier alleen maar verliespartijen. In die 10 wedstrijden werden maar zeventien doelpunten gemaakt en werd er 96 keer tegen gescoord!


1978/1979; receptie aan het einde van het seizoen!

De competitieopzet bleef onveranderd, de deelnemers en hun aantal niet. Om de Coupe der Lage Landen speelden Rotterdam, Tilburg 2, Geleen, Den Haag, Herentals, Deurne, Luik en Brussel. Laatstgenoemde wist als eerste te eindigen, gevolgd door Rotterdam op twee punten en Geleen op een mooie derde plaats daar weer twee punten achter. De veertien wedstrijden leverden naast 9x winst, 4x verlies en 1 gelijkspel ook de hoop op de landstitel op. Met de ervaring uit de CLL zag men in die strijd voornamelijk in Rotterdam de grote concurrent. In de eerste wedstrijd liet Smoke Eaters er in de Rotterdamse Weena-hal geen gras over groeien: 2-9. Toen de dag erna Tilburg op niet mis te verstane wijze aan de zegekar werd gebonden (16-3) was het duidelijk: het kampioenschap zat eraan te komen. Geleen liep uiteindelijk tegen 1 nederlaag op: uitgerekend tegen Rotterdam en uitgerekend in een thuisduel (5-6). Dat was trouwens in de voorlaatste wedstrijd van het seizoen toen de Limburgers al niet meer ingehaald konden worden en een aantal spelers met Jong Oranje onderweg was. Henri Frenken had op 18 februari 1979 het honderdste competitiedoelpunt voor Smoke Eaters gescoord, terwijl Henny Wilms zijn afscheid had aangekondigd bij het eerste team. In oktober 1978 waren bestuur, spelers en trainer nog stellig overtuigd geweest van het feit dat er bij een eventueel kampioenschap NIET gepromoveerd zou moeten worden. Hoe anders zag dat er uit in februari 1979, toen het kampioenschap daadwerkelijk werd binnengehaald en overal euforische vreugde heerste. En penningmeester Harrie Keulen had het uitgerekend: promotie naar de Eerste Divisie zou moeten kunnen, gebaseerd op een onkostenpost van 80.000 gulden (€36.000)…