1997/1998; vriendenploeg wint twee prijzen na vrijwillige degradatie

Na het moeizame seizoen 96/97 kwam Geleen nu voor de vierde keer in haar bestaan uit op het tweede nationale ijshockeyplan. Bijna was het eerste team helemaal verdwenen maar dankzij inspanningen van Lord Geurts, de bereidwilligheid van het recreatieve team de Anno´s (dat bestond uit voormalige Eaters-spelers) en hoofdsponsor CEMA, werd de ploeg onder de naam Smoke Eaters Geleen ingeschreven in de Eerste Divisie. Het seizoen werd begonnen met de Coupe der Lage Landen waar in twee poules (een Nederlandse en een Belgische) om gestreden werd. De Nederlandse poule bestond uit 7 ploegen en er waren slechts 6 wedstrijden. Hierin verloor Eaters maar 1 puntje: 8-8 tegen Den Bosch. Die ploeg was al net zo succesvol geweest maar op doelsaldo eindigde Geleen op de eerste plaats. Daardoor werd Leuven de tegenstander in de kruisfinale. De ploeg uit de Belgische poule bleek een harde noot voor Geleen. De uitwedstrijd van de best-of-two serie werd weliswaar met 6-11 gewonnen, maar in Glanerbrook leed de thuisploeg een 5-7 nederlaag en werd op basis van het doelsaldo de finale bereikt. Hier wachtte Den Bosch, dat in beide duels met 6-2 werd geklopt. Het succes van de Coup-winst vlak voor de Kerst smaakte naar meer en in de competitie die uit 12 wedstrijden bestond, werd alleen van Den Bosch (uit) en Nijmegen (thuis) verloren. De nummers 1 (Geleen) en 2 (Dordrecht) speelden om het kampioenschap en na een 7-3 thuiswinst werd op Dordts ijs (2-6) op 14 maart 1998 de titel binnengehaald.


1996/1997; zeer middelmatig seizoen vol onrust.

De prestaties van net vorige seizoen waren uiteindelijk boven verwachting geweest op alle vlakken en daarom was de presentatiegids voorafgaande aan dit seizoen doorspekt met de hoop op nog groter sportief succes, bestuurlijke uitbreiding en financiële stabiliteit. Het Geleense publiek moest aan maar liefst acht nieuwe gezichten wennen, net als aan het nieuwe Eaters-tenue waarin voor het eerst de kleur blauw overheerste. Het werd een turbulent seizoen. De shirtsponsor – een bedrijf dat levensverzekeringen verkocht – bleek niet zo’n betrouwbare partner waardoor toegezegde sponsorgelden achterbleven. Coach Cliff Stewart werd na nog geen maand aan de kant gezet voor assistent coach/teammanager Wil Zwarthoed. Buitenlanders vertrokken, de nieuwe goalies bleken onder de maat, er werd een beroep gedaan op oudgedienden. Zelfs Mister Eater Marcel Houben zocht enkele weken zijn ijshockeyheil in het buitenland. Sportief gezien werd het een middelmatig seizoen. In de bekercompetitie (uitgebreid met Utrecht, Deurne en Dordrecht, zodat hier acht ploegen aan deelnamen) werden slechts vijf van de veertien wedstrijden gewonnen. Datak Eaters, zoals de ploeg heette, eindigde op een anonieme vijfde plaats. Nijmegen eindigde bovenaan maar verloor de bekerfinale niettemin tegen Tilburg. In de strijd om het kampioenschap eindigde Heerenveen bovenaan en wist Geleen zich na zes overwinningen als vierde ternauwernood voor de play-offs tussenronde te plaatsen. Hier bleef Eaters na zes duels vierde en werd aan nummer 1 Nijmegen gekoppeld. Waar Tilburg in de halve finale alle zeven wedstrijden nodig had om Heerenveen te verslaan, voltooiden de Gelderlanders een clean sweepen sloot Datak Eaters het seizoen dus af met vier nederlagen op rij.


1995/1996; een seizoen met een begin in mineur maar met positief gevoel op het einde .

De stichting waar de club onder opereerde, vroeg faillissement aan en zo leek het ijshockey na 27 jaar definitief verloren voor Geleen. William Bastiaan, Govert van der Vaart, Harry Loos en Piet Gardeniers startten echter een reddingsplan. In extremis werd er een nieuw bestuur gevormd en een nieuwe landelijke hoofdsponsor gevonden. Maar diens naam lekte voortijdig uit waardoor deze afhaakte en alle plannen op losse schroeven kwamen te staan. Uiteindelijk kon men dankzij de inzet van vele vrijwilligers, de nodige subsponsoren, vriendendiensten, alsmede grote salarisoffers van spelers en (de teruggekeerde) coach Cliff Stewart, van start met het seizoen. Gekleed in de oude Meetpoint-shirts – na de winterstop in de oude shirts van de B-jeugd – was de bekercompetitie voor de sterk verjongde ploeg vooral een goede voorbereiding op de rest van het seizoen en eindigde men op de vierde plaats achter Nijmegen (de latere bekerwinnaar), Tilburg en Heerenveen. Eindhoven en Dordrecht bleef men vóór. In de strijd om de landstitel maakte Geleen er bijna altijd een spannende wedstrijd van, pakte verrassend punten tegen topploegen maar morste er ook wel eens een paar tegen de wat zwakkere teams. Uiteindelijk leverde dat ook hier een vierde plaats op. De nummers 1 en 2 (Tilburg en Nijmegen) gingen rechtstreeks door naar de halve finale van de play-offs. In de kwartfinale werd Heerenveen gekoppeld aan Dordrecht en trof Eaters de nummer 5, Eindhoven. Daar werd in twee duels mee afgerekend (4-7 in de Lichtstad en 7-1 thuis) en dus wachtte Tilburg in de halve finale. In deze serie wist Geleen de huid duur te verkopen en kroop de regerend landskampioen meermaals door het oog van de naald. Na een benauwde 4-3 zege in de eigen hal (met een officieel schriftelijk Geleens protest na een twijfelachtige rol van de referee) won Trappers ook de volgende twee duels (3-5 en 3-1) om later wederom kampioen te worden, ten koste van Nijmegen. Geleen had geen finales bereikt maar fans, bestuur, sponsoren en vrijwilligers hadden wel weer eens genóten met import Travis Seale als één van de smaakmakers!


1994/1995; veel sterren maar weinig team tijdens twee finales.

De succesvolle Meetpoint Eaters-jaren hadden niet het gehoopte kampioenschap opgeleverd en hadden veel geëist van de veerkracht van iedereen met een Eaters-hart. De ambities waren echter onveranderd en na het vertrek van dragende spelers naar het buitenland, werden spelers van verschillende Nederlandse teams alsmede verse imports en Nederlands-Canadezen naar Geleen gehaald. Er verscheen een onherkenbaar team aan de start onder leiding van de nieuwe coach Steve Gatzos. Op papier nagenoeg onverslaanbaar, was de club zelfs hofleverancier van Oranje. De nieuwe naam – Hatulek Heaters – en het bijbehorende vreemdelingenlegioen vielen echter niet goed bij het Geleense publiek, dat massaal wegbleef. De ploeg bleek bovendien niet bepaald een eenheid. Een flinke gemeentelijke subsidiekorting betekende een volgende fikse aderlating en de eerste broodspelers vertrokken. In de bekercompetitie bleef men wel na acht wedstrijden ongeslagen en werd de bekerfinale tegen Tilburg bereikt. In de zes weken daartussen veranderde het team compleet van samenstelling en op 25 januari waren het vooral de Brabantse nachten die lang duurden na een 1-8 bekerafgang in Eindhoven. In de strijd om het kampioenschap eindigde Geleen nog op een tweede plaats achter Tilburg, dat in de loop van het seizoen een opwaartse ontwikkeling had doorgemaakt. Nijmegen werd de tegenstander in de halve finale van de play-offs. Deze best-of-five serie werd op thuisijs begonnen met een 0-3 verlies maar daarna werd er drie keer op rij gewonnen voor een plek in de finale tegen Trappers. De ongelijke strijd leverde niet alleen drie achtereenvolgende verliespartijen op maar ook de grootste nederlaag in de play-offs (14-2 in de kampioenswedstrijd in Tilburg) sinds 1984.

 


1993/1994; weer twee finales maar weer geen prijzen.

Meetpoint Eaters mocht zich dan wel bekerwinnaar noemen, toch voelde het vorige seizoen als een verloren jaar. Coach Doug Kacharvich bleef en er kwam een vijftal nieuwe spelers. De nieuwe ploeg bleek een ware doelpuntenmachine. In de bekercompetitie werd één keer verloren: in Tilburg was de thuisploeg met 4-3 de bovenliggende partij. Deze twee ploegen werden na een kleine competitie van zes wedstrijden de finalisten van de finale op 26 januari. Ondertussen scoorde en won Geleen in de reguliere competitie dat het een lieve lust was. Na 18 duels eindigde de ploeg ongeslagen bovenaan vóór Nijmegen, Rotterdam en Tilburg (allemaal op tien punten achterstand), die zich daardoor ook plaatsten voor de play-offs. De nummer twee had 100 (!) treffers minder gescoord en 27 meer tegentreffers toegestaan. Aan de twaalf play-off duels werd echter met een nederlaag begonnen en weer gebeurde dat in Tilburg (6-5). Het zou een voorbode zijn voor de rest van het seizoen want de bekerfinale in Eindhoven ging jammerlijk verloren (1-3). De nederlagen tegen de Brabanders werden de Geleense coach fataal en exact een jaar na diens aanstelling moest hij het veld ruimen voor Doug McKay, die enkele seizoenen terug nog met Rotterdam Geleen van de prijzen had afgehouden. Maar ook McKay kon de ploeg niet van het Joop Zoetemelk-syndroom afhelpen. Rotterdam werd weliswaar in de halve finale op vier opeenvolgende nederlagen getrakteerd maar in de finale bleek Tilburg dè Angtsgegnervan het seizoen. Nadat beide ploegen hun eerste twee thuiswedstrijden hadden weten te winnen, besliste Tilburg feitelijk de best-of-seven serie door in Geleen het vijfde treffen te winnen (3-5). In Tilburg werd het nog wel spannend (3-2) maar weer bleef Geleen met lege handen achter.

 


1992/1993; seizoen vol hoogtepunten maar met einde in mineur.

Meetpoint Eaters ging Europa in omdat Utrecht financieel geen zin had in een buitenlands avontuur. En zo zag Geleen zich 9 en 10 oktober in het Oostenrijkse Villach in topduels geconfronteerd met het thuisteam (5-1 verlies) en het Russische Dynamo Minsk (sensationele 2-1 winst). In de bekercompetitie plaatste de ploeg van coach Cliff Stewart zich begin november ten koste van Eindhoven (29-0 in twee wedstrijden) voor de bekerfinale tegen Rotterdam. Twee weken later ontspoorde de succesvolle B-train toen Troy Binnie verrassend zijn vertrek aankondigde. Nog geen week later werd Rick Boh het slachtoffer van een aanslag toen hij een stick van een Nijmeegse speler in het gezicht kreeg en een drievoudige kaakfractuur opliep. In en tegen Villach was Brian Bruininks al uitgevallen (gebroken enkel) en dus kreeg Geleen van de NIJB toestemming om dit personele verlies tussentijds op te vangen met nieuwe imports. Zo kwam onder andere ex-NHL-er Joe Charbonneau in Nederland terecht. Geleen ging 6 januari als favoriet de bekerfinale in en dit keer maakte het die rol waar. Met 1500 uitzinnige Eaters-fans op de tribune en nog steeds zonder Rick Boh werd het 5-2. Maar dit zou pas de opmaat worden voor de titel, wist men. Het liep echter toch anders. Een maand na de bekerwinst werd Cliff Stewart ineens op straat gezet en met nog twee duels in de play-offs voor de boeg volgde Doug Kacharvich hem op. Meetpoint Eaters eindigde als koploper en trof Tilburg in de halve finale. In de best-of-seven serie werd het 4-1. In de andere serie rekende Nijmegen met dezelfde cijfers af met Rotterdam. Tot de dag van vandaag wordt de finaleserie die volgde door de Gelderlanders gekoesterd als hun mooiste kampioenschap ooit, want de torenhoge favoriet Geleen werd geklopt. Vraag niet hoe, maar het werd 4-2.

 


1991/1992; twee finales, geen prijzen ondanks B-Train.

Een nieuw bestuur, een nieuwe organisatie, een nieuwe hoofdsponsor (Meetpoint), een half dozijn nieuwe spelers (onder wie Troy Binnie, waardoor de fameuze B-train aanvalslijn ontstond) en een nieuwe – oude – coach (George Peternousek) die al na 6 wedstrijden (drie maal winst en drie maal verlies) vervangen werd door voormalig bondscoach Cliff Stewart. Onder de ijzeren discipline van de Canadese oefenmeester noteerde de ploeg meteen een ongeslagen reeks die maar liefst veertien wedstrijden aanhield. Sportief succes kon niet uitblijven en Meetpoint Eaters plaatste zich voor de bekerfinale tegen Tilburg. De Brabanders voerden op dat moment weliswaar de ranglijst aan, maar hadden nog geen duel tegen Geleen weten te winnen. Duizend Eaters-fans trokken op 22 januari 1992 vol goede moed naar Eindhoven om vervolgens van een koude kermis thuis te komen. Tilburg (met voormalig Eaters-speler en -coach Don Fraser achter de bank) ging met de beker aan de haal: 5-2. Het vizier werd op de titel gericht en waar Rotterdam in de ene halve finale van de play-offs op Utrecht stuitte, was de andere best-of-three serie een rematch van de bekerfinale. Utrecht had aan drie duels genoeg om de finale te bereiken; Geleen één wedstrijd meer. Na een 9-3 nederlaag in de eerste confrontatie in Tilburg, werd het thuis 6-3, uit 3-4 en thuis 5-4 na een zinderende ontknoping in overtime. De finalereeks tegen Utrecht werd feitelijk in de derde wedstrijd beslist. Bij de stand 1-1 in de serie (beide ploegen hadden hun thuiswedstrijd weten te winnen) begon Geleen in Utrecht aan de slotperiode met een 1-3 voorsprong. 28 Seconden vóór tijd werd echter de gelijkmaker gescoord en in de verlenging verloor men zelfs. In Glanerbrook vierden de bezoekers twee dagen later de prolongatie van hun titel: 3-5.


1990/1991; geen finales.

Coach Tore Pettersson had het einde van het vorige seizoen niet gehaald. Hij was in februari vervangen door Don Fraser die in december vanuit Den Bosch (waar hij zou gaan coachen) als ervaren import naar Geleen was gehaald. Fraser stond nu als coach voor de groep. Zeven nieuwe spelers werden er in de presentatiegids van dit seizoen voorgesteld. In het team kreeg publiekslieveling Chris Brant gezelschap van zijn landgenoten Rick Boh en goaltjesdief Shawn Harrison. Het had weinig gescheeld of het Geleense ijshockey had (weer eens) opgehouden te bestaan door financiële- en licentieproblemen. Door toedoen van persoonlijke inspanningen van burgemeester Hans Lurvink kon Intercai Eaters uiteindelijk toch uitkomen in de Eerste Divisie. Door het strenge(re) licentiebeleid kwamen slechts zeven ploegen uit in de bekercompetitie. Zonder oefenwedstrijden en met slechts twaalf spelers begon de ploeg aan het seizoen. De ploeg eindigde na 24 wedstrijden op een vierde plaats. In de play-off-strijd werd de halve finale bereikt tegen Tilburg maar de Trappers bleken te sterk. In de bekerstrijd die daarop in de nieuwe competitie-opzet volgde, werd Nijmegen in de kwartfinale uitgeschakeld. In de halve finale dolf men het onderspit tegen Rotterdam, al kwam het in de best-of-two serie aan op het aantal gescoorde uitdoelpunten, nadat beide teams hun thuiswedstrijd niet hadden weten te winnen. Rotterdam had in Geleen met 5-6 gewonnen en in Rotterdam werd het 2-3. Zo liep Geleen de bekerfinale mis, inclusief 20.000 gulden (€9.000) en exposurevia een live uitzending op RTL4. Rotterdam werd later bekerwinnaar ten koste van Utrecht, terwijl de Domstedelingen de titel pakten tegen Tilburg.


1989/1990; de eerste Zweedse coach en de komst van Chris Brant.

In de loop van het vorige seizoen had het Geleense kabelbedrijf Intercai zich al bereid verklaard als shirtsponsor op te treden en onder deze naam nam Geleen nu officieel deel aan de ijshockeycompetitie. Mike Daski werd vervangen door de Zweed Tore Pettersson. Een groot aantal spelers verliet de selectie en zo werden weer negen nieuwe gezichten verwelkomd in de Waereldsjtad. De verwachtingen waren (wederom) hooggespannen en de roep om eindelijk eens kampioen te worden was luider dan ooit. In de bekercompetitie werd gespeeld tegen Den Bosch, Tilburg, Nijmegen, Heerenveen, Groningen, Utrecht en Rotterdam. Laatstgenoemde was ook nu weer beresterk en eindigde na 28 wedstrijden bovenaan, vóór Nijmegen (op 13 punten) en Geleen (op 1 punt). De trend van het afgelopen seizoen om tijdens de transferperiode in december (een aantal van) de imports te vervangen, werd ook nu doorgezet en bracht halverwege het seizoen onder andere de Canadese Mohawk-indiaan Chris Brant naar Geleen. Maar ook hij kon niet verhinderen dat Intercai Eaters de finalereeks uiteindelijk niet haalde. In de strijd om de play-offs werd na 10 wedstrijden weliswaar een tweede plaats en daarmee thuisvoordeel in de halve finale behaald, maar Nijmegen maakte korte metten met de Limburgse titelaspiraties: in Geleen werd het 1-4 en in Nijmegen zelfs 8-2. Rotterdam wist de titel te prolongeren.


1988/1989; nog nooit zo dichtbij de titel.

Het logo van de Hartstichting bleef, evenals coach Mike Daski. Er verschenen echter wederom acht nieuwe gezichten in Glanerbrook, zoals de nieuwe thuishaven nu heette. Geleen trof in de bekerstrijd op zeven ploegen, waarbij Eindhoven vervangen was door Den Bosch. Ook nu draaide Geleen bovenin mee en eindigde na 28 wedstrijden wederom op de vierde plaats, met evenveel punten als de ploeg vóór zich. Met dezelfde competitie-opzet als vorig seizoen speelde men 10 wedstrijden om de eindstand voor de play-offs. Hierin eindigde Smoke Eaters als tweede achter Rotterdam. Geleen werd daardoor gekoppeld aan nummer drie Nijmegen. In de Keizerstad werd met 7-9 en thuis met 8-6 gewonnen. In de finale wachtte Rotterdam, dat in de andere halve finale in drie wedstrijden had afgerekend met Tilburg. De best-of-five eindreeks tegen de Turbana’s werd één van de meest memorabele maar ook één van de meest frustrerende voor Smoke Eaters. In Rotterdam werd namelijk pas in de verlenging verloren nadat een 1-4 en 2-5 voorsprong uit handen was gegeven. Aan de Kummenaedestraat was het Geleen dat de extra tijd nodig had om te winnen (5-4). In de Havenstad was het verschil wederom minimaal (4-3), waarna Geleen in de volgende thuiswedstrijd ijshockeyles gaf aan de Rotterdammers: 4-0. In het beslissende treffen in Rotterdam ging de thuisploeg professioneler om met de omstandigheden en profiteerde handig van de niet altijd even gelukkige scheidsrechterlijke beslissingen (5-3). Hevig teleurgesteld hervatten de in acht bussen afgereisde Eaters-fans de lange terugreis naar Geleen, waar ze hun helden dankbaar opwachtten alsof ze kampioen waren geworden.