In memoriam | Huub Notten (77 jaar)

Ons bereikte vandaag het droevige nieuws dat oud teammanager Huub Notten op 77 jaar overleden is aan de gevolgen van Covid-19.

 

Hub was in twee periodes teammanager van Eaters. Zijn eerste periode was van 1982 – 1990, tijdens de Data Union en Intercai periode. In 2009 keerde hij terug samen met Mike Pellegrims en pakte in 2010 zijn enige prijs; de beker van Nederland. In 2011 stopte hij met zijn werkzaamheden voor Eaters.

 

In ons jubileumboek werd Hub nog geïnterviewd door Ben Dols. Lees hieronder het interview.

 

Wij wensen zijn familie heel veel sterkte met dit verlies.


Interview met onze coach!

In januari werd Gints Bikars met veel tromgeroffel aangesteld als coach van Eaters. De Let was amper in Geleen of het coronavirus legde de ijshockeycompetitie lam. Nu probeert hij het hoofd boven water te houden met het verkopen van veganistisch ijs.

 

Af en toe heft hij zijn handen ten hemel; maakt hij het bekende gebaar met duim en wijsvinger. „No money”, legt hij de vinger op de zere plek. Geen geld. Gints Bikars en zijn vrouw Inga kwamen in januari met hoge verwachtingen naar Geleen. Hij om de taken van de ontslagen Andy Tenbult bij Snackpoint Eaters over te nemen; zij om een nieuw te openen ijswinkel aan de Markt te gaan runnen. Wat voelde het goed, de terugkeer naar Geleen. Daar waar Bikars in het seizoen 2002/03 al eens Wil Zwarthoed was opgevolgd en zich thuis voelde. En waar hij nu, ondanks alle coronaperikelen, toch wil blijven.
Hij heeft nog wat klusjes te doen in de ijswinkel, Biki Gelato genaamd. In de wintermaanden opent de zaak alleen op zaterdag, als er weekmarkt is in Geleen. „We gaan nu toch een stapje verder. Met alleen maar vegan ijs redden we het niet.” Dus wordt het assortiment uitgebreid met voor deze tijd van het jaar typische producten als pancakes en wafels. „Wat me is opgevallen, is de terughoudendheid van mensen. Veganistisch ijs, dat klinkt en is voor velen onbekend. De huivering om het te proberen proefde ik deze zomer. Jammer, want iedereen die het heeft geprobeerd was enthousiast. Vanaf april gaan we nu ook op aloude wijze gefabriceerd ijs aanbieden, omdat we merken dat daar nog altijd meer vraag naar is.”

 

Zwart zaad
De ijshockeycoach is veroordeeld tot ondernemerschap; zeker nu het coronavirus zijn sport volledig stil heeft gelegd en de ijshal in Geleen op zondagavonden bij thuiswedstrijden niet meer verandert in de o zo bekende heksenketel. Eaters leeft op zwart zaad. Geen recettes, nauwelijks sponsorinkomsten; het is behelpen. En dat merkt ook Gints Bikars, die op pro-deo-basis wel nog vier keer per week met de spelers op het ijs staat. „Door alle regeltjes moeten we de groep opsplitsen in allemaal duo’s die dan op een specifiek onderdeel kunnen trainen. Je moet toch wat. Als je helemaal stopt is het ijshockey in Geleen dadelijk dood. En dat wil toch niemand?”

 

De vraag stellen is hem beantwoorden: nee, Bikars wil dat uiteraard niet. Al meer dan een halve eeuw bestaat zijn leven voornamelijk uit ijshockey. De 56-jarige coach stamt uit Cesis, een historisch stadje zo’n honderd kilometer van de Letse hoofdstad Riga. „Bij ons werd na de onafhankelijkheid (1991, red.) voor het eerst een Letse vlag gezwaaid”, verhaalt hij trots. Het was daar waar de piepjonge Gints voor het eerst kennismaakte met ijshockey. „Mijn vader was coach. Ja, dus toen ik tweeëneenhalf was kreeg ik al mijn eerste schaatsen.”

 

Belabberd
De kleine Gints bleek talent te hebben. Als tiener belandde hij bij een jeugdteam in Riga, dat uitkwam in de Sovjet-competitie. „Alleen al om te trainen was ik vijf uur per dag onderweg. Het openbaar vervoer was destijds belabberd.” Een ernstige blessure verhinderde een doorbraak tot topspeler, waarna Bikars zich ging toeleggen op het trainersvak. „Ik ben naar Moskou vertrokken om daar aan de sporthogeschool te studeren, specialisatie ijshockey. Daar kregen we les van Anatoly Tarasov (ook wel de peetvader van het Russische ijshockey genoemd, red.). Dat ging heel ver. Dag in, dag uit: analyses, besprekingen, tactiek, techniek, praktijk. Ik haalde mijn diploma en kon aan de slag in de profcompetities.”

Het profbestaan trok een flinke wissel op zijn privéleven. Het waren de beginjaren 90 van de vorige eeuw. Bikars was net getrouwd en de Sovjet-Unie verbrokkelde. „Overal was er crisis. Je stond drie uur in de rij voor een paar liter benzine.” Hij besloot terug te keren naar zijn geboortestad om sportleraar te worden op een middelbare school. „Maar na een tijdje begon het toch weer te kriebelen.”

 

Eerste kennismaking
Via Riga belandde Bikars in 1997 in Den Haag, zijn eerste klus ver over de grens. Vier jaar bleef hij in Nederland, maar op de dag dat de wereld in brand stond (11 september 2001) kreeg hij zijn congé. „En toen stond een jaar later ineens Eugène van Sloun (bestuurslid bij Eaters, red.) bij mij op de stoep in Letland om een contract bij Eaters te tekenen.”
De eerste kennismaking duurde slechts kort. Bikars zwichtte voor een aanbod uit Riga en het vooruitzicht om directeur te kunnen worden van een professionele ijshockeyschool in de Letse hoofdstad. „Dat heb ik acht jaar lang gedaan. We begonnen met veertig spelertjes. Op het eind waren het er driehonderd. Zo’n zeventig, tachtig bij ons opgeleide spelers zijn uiteindelijk in een profcompetitie beland. Daar ben ik nog altijd trots op.”

 

Rolstoel
In 2014 ging hij weer aan de slag bij zijn oude liefde Prizma Riga, maar een motorongeluk knakte zijn loopbaan. „De botten in mijn benen staken naar buiten. Ik ben tien keer geopereerd en nog altijd is niet alles goed. Maar ik ben allang blij dat ik mijn benen nog heb en niet in een rolstoel ben beland.”
Nadien hield hij zich vooral bezig met het geven van seminars over ijshockeycoaching. „Zo was ik vorig jaar november nog in Wuhan, kort voordat daar corona uitbrak.” Maar geplaagd door de naweeën van het motorongeluk en de vrees op een dag misschien niet meer te kunnen schaatsen, wilde de Let samen met zijn vrouw een totaal ander pad bewandelen: dat van het fabriceren en verkopen van veganistisch ijs. „We waren in Letland al voorzichtig gestart, maar in ons achterhoofd wilden we altijd nog eens terug naar Nederland.” Een bezoekje aan oude bekende Eugène van Sloun betekende het laatste zetje. „Er waren problemen bij Eaters, dus konden we het een met het ander gaan combineren.”

 

Perfecte plaatje
Het perfecte plaatje, zo leek het: ijs verkopen aan de Markt in Geleen en op het ijs als coach bij Eaters even verderop in Glanerbrook. En toen kwam het coronavirus. „Ja, en nu zitten we hier met bijna niets om handen en zonder noemenswaardige inkomsten. Omdat we net te laat waren met onze zaak komen we ook niet in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming. Mijn vrouw werkt nu voor Snackpoint; ze brengt maaltijden aan huis van de bestelservice. Tsja, je moet toch proberen nog wat centjes binnen te krijgen.”

 

Overleven, daar lijkt het op en zo ziet Bikars het ook. „Ja, want terug naar Letland is ook geen optie. Daar is het niet beter dan hier. Nee, we willen in Geleen blijven. Hopelijk is in april alles achter de rug en kunnen we onze zaak uitbreiden. Als vervolgens ook het ijshockey weer van de grond komt, hoor je ons niet klagen.”

 

Bron: de Limburger 16 november 2020